
Daar loop ik dan, donker, kou, midden in de stad. Vrouwen zie ik niet, enkel mannen, ook donker. Ik loop stilletjes alleen over straat. Op zoek naar een eetgelegenheid om nadien naar het concert te gaan. Ze is er nog niet, en ik ben een uur te vroeg. Wat doe je dan ? Je koopt roze handschoenen en een reep Bros in de Zeeman. Je slentert langs de winkels met Marokkaanse kleding, je kwijlt wat voor de etalage van een fietsenwinkel, je belt je allerliefste neefje om een adresje te vragen dat hij op je blog achterliet maar wat je totaal vergeten bent. En je wacht ... en wacht ... en voelt de kilte binnensluipen. Je kan nergens binnengaan, overal zitten mannen verhuld in rook, blauw tl-licht, zwarte jassen en donkere broeken.
Wat ben ik blij als ik haar zie lopen. Ze pakt me stevig vast en kust me op mijn wangen. Ik heb haar gemist. Haar leven loopt momenteel volledig mis en ik sta aan de zijlijn te supporteren met hoop op een goed einde. Het brengt ons dichter bij elkaar, maar soms steekt de tijd er een stokje voor.
We wandelen en ratelen, ik van schrik en het wat bevreemdende gevoel dat me overviel, zij van schuldgevoel wegens te laat zijn.
Langzaam sijpelt de rust binnen. We lachen en genieten van dat moment.
We stappen het Ecocafé binnen, bestellen vreemd eten en praten bij.
Hoe is het met jou ? Hoe verloopt jouw leven op dit moment ? Hoe gaat het met de kindjes ? Nemen ze het goed op ? Voelen ze de verandering ? Met mij alles ok ! Met mij alles prima ! Nu ja, ... toch beter dan bij jou. Ik voel me ...
En we praten en babbelen, we drinken witte wijn, we eten iets met te veel look, we verliezen bijna de tijd uit het oog.
Maar dan is het kwart over 8 en tijd om te gaan. Naar de Roma.
Wat een prachtige zaal, wat een prachtige omgeving. Het raakt me, het maakt me weemoedig, melancholisch, zo met een heimwee naar een tijd dat ik er zelfs nog niet was.
We zetten ons vooraan, aan een smeedijzeren tafeltje, op een roodpluchen stoeltje, met een theetje voor onze neus. Weldra krijgen we gezelschap van een stel jonge kerels die erg praatziek blijken te zijn. Ik vervloek mijn lookadem, durf niet te dichtbij gaan hangen om te praten. Geen probleem, hij komt zelf wel heel dicht in mijn buurt zitten. Ik lach hem weg en hij lacht zich terug. Ze krijgt de slappe lach en ik doe mee. Contact ... ik vind het toch altijd fijn, als ze me maar met rust laten wanneer de muziek begint.
Dan staat daar een kleine, magere jongen die zeer binnensmonds praat en nogal nasaal zingt. Geert Maris, Nona Mez (no names), blijkt minder fragiel dan hij lijkt. Hij zegt grappige dingen, vindt snel aansluiting bij het publiek dat een gemiddelde leeftijd van vooraan twintig heeft. Af en toe dropt hij dan een zwaarmoedigheid die me kan bekoren, (Dit is een lied voor mijn moeder die overleden is). Mooi, mooi ...
Ik slaag er weer in om contact te hebben, mijn gelach valt hem op, hij kijkt me aan en knipoogt. Zachtjes beweeg ik op de muziek, het lukt me nooit om stil te zitten en enkel te luisteren. De drum kruipt in mijn lijf, de bas in mijn voeten, mijn hoofd knikt en beweegt ... Dan sluit hij af, na een bisnummertje of 4.
Ik koop geen cd, zo goed vond ik hem ook niet. Maar vandaag, terwijl ik zijn Myspace beluister, heb ik een beetje spijt. Toch mooi, zeer mooi.
We rijden naar huis, en praten en blijven praten. Terwijl ik stilletjes ons huis binnensluip, valt alles op zijn plaats. Muziek doet dat met mij, het maakt alles mooier, en echter, en levendiger. Groter dan het leven zelf, zo voel ik me dan. Het lijkt bijna religieus, het is mijn manier van bidden. Muziek.