Boek 1

Paul De Wit, gehuwd met Mieke, vader van Mirjam en Hanna, is een Nederlandse Jood. Of is het een Joodse Nederlander ? Hij weet het zelf niet, zijn beide ouders zijn overleden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Paul geeft les, geschiedenis, maar vindt zijn draai niet in het docentenwereldje. Hij vlucht naar Parijs, om verder te schrijven aan een thesis waar hij al tien jaar aan werkt. Daar ontmoet hij Paulien, een Franse studente. Hij stelt zich voor als Philip, en zo zal ze hem blijven noemen.
Paul maakt een foto van haar, op de Place de la Bastille. In de achtergrond een man. Een man die erg lijkt op Paul. Wie is die man ? Paul ontdekte op zijn 23ste dat hij waarschijnlijk een tweelingbroer, Philip, heeft. Hij noemt de man Philip. En gaat op zoek. Op zoek naar zijn broer. Op zoek naar zijn verleden...
Kan u nog volgen ? Ik niet ! Ik las dit boek in 2 a 3 uur uit, maar het deed me weinig. Soms ben ik meer het Story-VTM-type : alles moet duidelijk geplaatst worden, mensen blijven wie ze zijn en veranderen niet halverwege het verhaal van naam, en indien mogelijk ook een duidelijk einde, liefst goed.
Dit is een boek dat ik in het middelbaar zou moeten gelezen hebben. Sindsdien ben ik voorgoed bedorven voor de Literatuur. Ik heb mijn portie Harry Mulisch en Marga Minco en Ward Ruyslinck wel gehad.
Er wachten mij nog een aantal Leon De Winters ... ik hoop dat ze beter zijn dan dit boek.
Paul eindigt met een zoektocht naar een persoon die nu ook ineens Paul heet. Maar hij draait halverwege om en gaat terug naar Parijs, ik denk naar Paulien.
Tja, dan vraag ik me dus nog de hele nacht af, hoe zou het met Paul en Paulien en Philip en Mieke zijn ????
Vindt hij zijn broer nog ? Waarom schrijft iemand een boek die ergens en nergens over gaat ?
Leon De Winter : Place de la Bastille






























