Mijn grootmoeder wordt oud. Dit jaar is het de eerste keer dat ze 'de zerk' niet ging poetsen. Het gaat niet meer. Dus mijn mama en papa in actie. Mama heeft mijn onhandigheid geërfd (of ik die van haar) en stoot natuurlijk in alle hevigheid het plaatje "Eigendom" van de zerk. Die zerk blijft natuurlijk eigendom, daar niet van. Maar mijn mama was er toch even mottig van.
"De zerk poetsen" is voor mijn grootmoeder namelijk een belangrijk gebeuren. Dat dient met alle respect te worden gedaan. Goed doordacht (want het materiaal moet mee op de fiets), rustig en bedachtzaam (want we zitten op een kerkhof !) en vooral erg grondig (want het gebeurt maar 1 keer per jaar).
Als je weet dat ik tot voor 3 jaar alle grootouders nog levend wist, en ik pas op mijn 19 mijn laatste overgrootvader verloor ... dan weet je dat ik eigenlijk nog niet lang op een kerkhof zou moeten komen.
En toch ... ik heb iets met kerkhoven. Liefst niet met Allerzielen/Allerheiligen, dat vind ik veel te druk. Maar zo op een zwoele zomeravond of een rillerige winterdag
In mijn puberteit, noem het een lugubere hobby, reed ik dikwijls met de fiets naar een kerkhof in de buurt en wandelde daar dan wat rond. Het lijkt wel alsof, bij het binnengaan van de kerkhofmuren, elk achtergrondgeluid wegvalt. Daar kan je stilte plukken. Het gaf me een gevoel van rust, bijna thuiskomen. Niemand die het echt begreep. Maar een kerkhof was voor mij nooit een plek van verdriet.
Tot je dan iemand dierbaar verliest, en sindsdien doe ik het nog weinig ... kerkhofwandelingen.
Er is een wrang gevoel ingeslopen.