Het is weer donker. Koude, regen ... Manlief reikt me de hand en ik stap via de kruiwagen op de grote hoop bladeren in de korf. De schaarse straatverlichting geeft me de durf om luidkeels te zingen. Voor ik het weet, sta ik met mijn twee voeten tegelijk te springen en krijg ik de slappe lach. Manlief ook.
Ik sta met gemak anderhalve meter hoog. Met mijn armen wijd spring ik uit de korf, bijna in manliefs armen. Gelukkig kom ik goed terecht. Ik hijg en hijg ... de pijn in mijn nek is moordend. Maar het plezier en het lachen maakt veel goed. Manlief en ik, wij zijn zot ... van elkaar !
woensdag, december 05, 2007
donderdag, oktober 18, 2007
Vanmorgen had ik 'em : mijn eerste dakloze.
Hij lag te slapen in het portiek van een Indische winkel. Zijn schoenen stonden netjes naast hem. Zijn donsdeken had hetzelfde motief als het mijne 20 jaar geleden. Zijn hoofd was onzichtbaar onder dat deken verstopt.
Als je een bed onder hem zou schuiven, kon hij zo in een slaapkamer liggen.
Dat was zo niet.
Het was koud, nat en hard. Ik stopte met stappen. Ik was de enige, iedereen ging verder aan zijn eigen tempo. Wat kon ik doen ? Niets, helemaal niets ?
Ik heb aan hem gedacht tot ik op het werk was.
Werken rond mensenrechten ... in een stad waar daklozen 'wonen'. Klonk vandaag ietwat ironisch.
donderdag, januari 18, 2007

Zalig is het, daar waar wij wonen.
Veel groen, rustige buurt, wandelpaden, weilanden, midden in het bos. De schaduw van de bomen was heerlijk, deze zomer. Nooit was het hier snikkend heet. Echt zalig dus...
Behalve wanneer je merkt dat er zo'n prachtige boom omgevallen is op de electriciteitsdraad op een goede 5 meter van je dak. De rolluiken rammelen en eeuwenoude eiken heen en weer zwieren als een springtouw op een meisjesspeelplaats.
Het geluid is luid, erg luid. Natuur speelt niet meer, het is menens. Nietig, dat zijn wij en ons kleine huisje. De brandweer is verwittigd. Maar ze hebben het druk. Overal in de buurt is er wel iets aan de hand. De wind heeft vrij spel, het bos is van hem, niet langer van ons.
Het lijkt alsof ik ineens liever in de stad wil wonen.